ECLI:NL:RBROT:2012:BY5761
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Betalingsverplichting planschadevergoeding onder Ruimte voor Ruimte-regeling
De gemeente vordert betaling van € 98.721,10 van gedaagde ter compensatie van door de gemeente aan derden vergoede planschade op grond van een Ruimte voor Ruimte-overeenkomst. Gedaagde betwist de vordering met argumenten van nietigheid, vernietigbaarheid wegens dwaling en misbruik van omstandigheden, ontbinding en onaanvaardbaarheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.
De rechtbank oordeelt dat de overeenkomst niet nietig is, omdat geen fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden en de wetgeving (artikel 49a WRO oud) de contractuele afwenteling van planschade mogelijk maakt. Ook is de overeenkomst niet vernietigbaar wegens dwaling, aangezien gedaagde voldoende onderzoek had kunnen doen en de risico’s kende. Misbruik van omstandigheden is niet gebleken. Ontbinding wordt afgewezen omdat de gemeente haar inspanningsverplichtingen is nagekomen en gedaagde geen tijdig bezwaar heeft gemaakt.
Hoewel de vordering in beginsel toewijsbaar is, laat de rechtbank gedaagde toe tot bewijslevering over de financiële gevolgen van de planschadevergoeding, omdat het afwentelen van het volledige risico mogelijk onaanvaardbaar is. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor een conclusie na tussenvonnis.
Uitkomst: Gedaagde is gehouden tot betaling van planschadevergoeding, maar krijgt gelegenheid bewijs te leveren over financiële gevolgen.