ECLI:NL:RBROT:2012:BY5972
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering achterstallige premies en schade wegens opschorting verzekering door niet-betaling
In deze zaak vordert Achmea betaling van achterstallige premies en schadevergoeding van de gedaagde op grond van een Ziektewet Zekerheidsplan. De gedaagde erkent een deel van de vordering, maar betwist het restant en voert onder meer aan dat de verzekering per 10 januari 2008 is beëindigd en dat de claimvaststelling over 2007 een saldo van nul aangeeft.
De rechtbank overweegt dat de premie vervaldag steeds 1 januari van elk jaar is en dat de verzekering rechtmatig is opgeschort door Achmea wegens het uitblijven van tijdige betaling, conform artikel 11 lid 6 van Pro de algemene voorwaarden. De gedaagde heeft de ontvangst van meerdere aanmaningen niet betwist.
De rechtbank wijst de vordering toe tot een bedrag van €3.165,61, verminderd met reeds betaalde €150, en veroordeelt gedaagde tot betaling van wettelijke rente vanaf 1 januari 2006. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €3.165,61 plus wettelijke rente en proceskosten wegens niet-tijdige premiebetaling en opschorting van de verzekering.