ECLI:NL:RBROT:2012:BY6354
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van huurprijsbeding en onredelijk bezwarend karakter in huurovereenkomst
In deze zaak staat de uitleg van een beding in de huurovereenkomst centraal, waarbij eisers zich verzetten tegen een huurverhoging per 1 augustus 2011. De huurders betogen dat het beding onredelijk bezwarend is en nietig verklaard moet worden, omdat de verhoging hoger is dan toegestaan volgens de wettelijke regels en binnen een jaar plaatsvindt.
De verhuurder stelt dat het beding een nadere vaststelling van de aanvangshuurprijs betreft, gebaseerd op een nieuwe puntenwaardering gekoppeld aan het energieprestatiecertificaat, en dat de huurprijs daardoor rechtmatig is aangepast. De rechtbank overweegt dat partijen contractsvrijheid hebben om de huurprijs en de wijze van aanpassing overeen te komen, mits de maximale redelijke huurprijs niet wordt overschreden.
De rechtbank concludeert dat het beding niet onredelijk bezwarend is omdat eisers onvoldoende feiten hebben aangevoerd die dat aannemelijk maken. De huurprijs komt overeen met de maximaal redelijke huurprijs volgens het geldende woningwaarderingsstelsel en de nieuwe wetgeving. De vorderingen van eisers worden afgewezen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eisers af en bevestigt dat de verhuurder zich op het huurprijsbeding mag beroepen.