ECLI:NL:RBROT:2012:BY6598
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Trotman
- Jordaan
- Van Baaren
- Rechtspraak.nl
Beslissing op vordering tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling wegens recidiverisico en gedragsproblemen
De rechtbank Rotterdam heeft op 5 december 2012 uitspraak gedaan over de vordering van het openbaar ministerie tot het achterwege laten van de voorwaardelijke invrijheidstelling van een veroordeelde die was veroordeeld voor poging tot doodslag en diefstal met geweld. De veroordeelde zou op 26 november 2012 in aanmerking komen voor voorwaardelijke invrijheidstelling, maar het OM vorderde dit uit te stellen op grond van ernstige misdragingen en het onvoldoende kunnen beperken van het recidiverisico.
De rechtbank oordeelde dat de eerste grond, ernstige misdragingen na aanvang van de detentie, onvoldoende was onderbouwd. Er was slechts één incident met softdrugsgebruik en een verdenking van drugsbezit die nog onderzocht werd. Dit voldeed niet aan de criteria voor ernstige misdragingen zoals bedoeld in de wet en beleidsregels.
Ten aanzien van het recidiverisico stelde de rechtbank vast dat dit hooggemiddeld was en dat het risico onvoldoende kon worden beperkt door het stellen van bijzondere voorwaarden, mede door het ontbreken van een geschikte woonvoorziening voor de veroordeelde met niet-aangeboren hersenletsel. Daarom werd de voorwaardelijke invrijheidstelling niet volledig achterwege gelaten, maar uitgesteld voor vier maanden om passende zorg en begeleiding te kunnen regelen.
De rechtbank benadrukte het belang van voorwaarden bij invrijheidstelling om recidive te voorkomen en verwachtte van de veroordeelde medewerking aan het traject. De vordering van het OM werd gedeeltelijk toegewezen door uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling, terwijl het overige werd afgewezen.
Uitkomst: De voorwaardelijke invrijheidstelling wordt uitgesteld voor een periode van vier maanden.