ECLI:NL:RBROT:2012:BY7434
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering terugbetaling onverschuldigd betaald arbeidsongeschiktheidspensioen en WAO-hiaatuitkering
De zaak betreft een vordering van het pensioenfonds tegen een voormalig werknemer, die onverschuldigd betaald arbeidsongeschiktheidspensioen en WAO-hiaatuitkering zou hebben ontvangen sinds de beëindiging van zijn WAO-uitkering per 1 augustus 1994. Het pensioenfonds vordert terugbetaling van de bedragen vanaf april 2005, omdat de werknemer niet heeft voldaan aan zijn mededelingsplicht omtrent de wijziging in arbeidsongeschiktheid.
De werknemer betwist de vordering en voert aan dat hij recht zou hebben op voortzetting van de uitkeringen op grond van een afspraak met zijn voormalige werkgever, en dat de vordering is verjaard. De rechtbank oordeelt dat de werknemer niet heeft kunnen aantonen dat een dergelijke afspraak bestond en dat het pensioenfonds niet eerder dan 2009 op de hoogte was van de staking van de WAO-uitkering, waardoor verjaring niet is vastgesteld.
Verder wijst de rechtbank het beroep op een natuurlijke verbintenis af, omdat de uitkeringen geen schadevergoeding zijn maar een aanvulling op het salaris gebaseerd op de mate van arbeidsongeschiktheid. De vordering tot terugbetaling wordt toegewezen, terwijl de vordering in reconventie van de werknemer wordt afgewezen. De werknemer wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente en proceskosten.
Uitkomst: De werknemer wordt veroordeeld tot terugbetaling van onverschuldigd betaalde arbeidsongeschiktheidspensioen en WAO-hiaatuitkering vanaf april 2005, met rente en proceskosten.