ECLI:NL:RBROT:2012:BY8400
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Geerars
- Van den Berg
- Boek
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor valsheid in geschrift en opzetheling cacaobonen met bewijsuitsluiting wegens schending nemo tenetur
De rechtbank Rotterdam heeft op 14 december 2012 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte, directeur en feitelijk leidinggever van een rechtspersoon, die werd vervolgd voor valsheid in geschrift en opzetheling van cacaobonen en koffieveegsel. Het onderzoek richtte zich op valse inkoopfacturen en de ontvangst van cacaobonen die vermoedelijk uit misdrijf afkomstig waren.
De rechtbank oordeelde dat het opsporingsonderzoek onrechtmatig was gestart doordat verdachte niet tijdig als verdachte werd geïnformeerd en dat een vordering tot verstrekking van gegevens onrechtmatig was gericht aan de rechtspersoon terwijl deze al verdachte was, wat een schending van artikel 126nd Sv opleverde. Hierdoor werden administratieve bescheiden uit 2005 en 2006 uitgesloten van het bewijs, wat leidde tot vrijspraak van het feit van valsheid in geschrift voor die periode.
Voor de feiten vanaf 2007 tot en met 2008 achtte de rechtbank het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte willens en wetens valse facturen gebruikte en betrokken was bij opzetheling van cacaobonen, waaronder een partij van bijna 25.000 kilo afkomstig van diefstal. De rechtbank legde een gevangenisstraf van negen maanden op, waarvan geheel voorwaardelijk, en een taakstraf van 200 uur, met aftrek van voorarrest. De vordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege onvoldoende causaal verband met bewezen feiten.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot negen maanden geheel voorwaardelijke gevangenisstraf en 200 uur taakstraf wegens valsheid in geschrift en opzetheling, met vrijspraak voor enkele feiten wegens bewijsuitsluiting.