ECLI:NL:RBROT:2012:BY9059
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.J.P. van Essen
- P.H. Veling
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek buiten behandeling wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de behandeling van drie bestuursrechtelijke zaken bij de rechtbank Rotterdam. Hij stelde dat de zaken onterecht niet op de rol kwamen, waardoor de wederpartij een onredelijk voordeel zou hebben door vertraging.
De rechtbank onderzocht de ontvankelijkheid van het verzoek en concludeerde dat het verzoek niet voldeed aan de vereisten van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het verzoek bevatte geen concrete feiten of gedragingen van een rechter die de onpartijdigheid zouden kunnen aantasten.
Daarnaast werd opgemerkt dat de zaken nog niet aan een rechter waren toegewezen, waardoor wraking op dat moment niet mogelijk was. De rechtbank stelde het wrakingsverzoek daarom buiten behandeling wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.
Ten overvloede werd vermeld dat de juiste weg voor verzoeker het indienen van een klacht bij de president van de rechtbank is, hetgeen verzoeker ook had gedaan. De wrakingskamer kan echter geen oordeel geven over de afhandeling van die klacht.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is buiten behandeling gesteld wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.