ECLI:NL:RBROT:2012:BZ0193
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontbinding van zeearbeidsovereenkomsten wegens ontbreken van overeenkomst met scheepseigenaren
Verzoekers, zeevarenden werkzaam op vijf schepen van verweersters, vorderden ontbinding van vermeende zeearbeidsovereenkomsten met verweersters, eigenaren van de schepen. Zij stelden dat ondanks het ontbreken van schriftelijke overeenkomsten, verweersters als zeewerkgevers hoofdelijk aansprakelijk zijn vanwege de feitelijke arbeidsrelatie en de uitzendconstructie.
Verweersters betwistten het bestaan van een zeearbeidsovereenkomst en voerden aan dat verzoekers enkel een arbeidsovereenkomst met GC hadden, de crewing agent, die hen op de schepen plaatste. De kantonrechter erkende het belang van verzoekers bij duidelijkheid, maar concludeerde dat het wettelijk schriftelijkheidsvereiste niet ten nadele van werknemers kan worden toegepast, doch dat verzoekers onvoldoende feiten hadden gesteld waaruit een zeearbeidsovereenkomst met verweersters kon worden afgeleid.
De rechtbank oordeelde dat de uitzendconstructie niet automatisch leidt tot een zeearbeidsovereenkomst met de scheepseigenaren en dat de nieuwe wetgeving dit ook ondersteunt. De aangehaalde jurisprudentie was niet van toepassing gezien de andere feiten en het ontbreken van schade bij verzoekers. Het verzoek werd daarom afgewezen, met kostencompensatie vanwege de complexe rechtspositie van verzoekers.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de zeearbeidsovereenkomsten wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van het bestaan van dergelijke overeenkomsten met verweersters.