ECLI:NL:RBROT:2012:BZ2614
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over uitleg overeenkomst en geheimhoudingsverplichting tussen softwareleverancier en wederverkoper
De zaak betreft een geschil tussen softwareleverancier Exact Emea en wederverkoper GCS over de uitleg van hun samenwerkingsovereenkomst en de vraag of GCS recht heeft op een hogere vergoeding voor haar verkoopactiviteiten. GCS vordert betaling van een extra vergoeding van 25% van de netto verkoopopbrengst uit een overeenkomst met Unitex, terwijl Exact Emea slechts 10% heeft betaald. Tevens stelt Exact Emea dat GCS haar geheimhoudingsplicht heeft geschonden en daardoor een boete verschuldigd is.
De rechtbank stelt vast dat GCS weliswaar inspanningen heeft verricht die onder de definitie van 'proven and dedicated sales efforts' kunnen vallen, maar dat Exact Emea haar beoordelingsbevoegdheid om de vergoeding toe te kennen niet onjuist heeft uitgeoefend door slechts 10% toe te kennen aan zowel GCS als Advisie, omdat beide partijen bijdroegen aan de totstandkoming van de overeenkomst met Unitex. Dit betekent dat de vordering van GCS wordt afgewezen.
Ten aanzien van de geheimhoudingsplicht oordeelt de rechtbank dat Exact Emea onvoldoende heeft onderbouwd dat GCS vertrouwelijke informatie heeft gedeeld met Unitex. De enkele verklaring van een Unitex-medewerker is onvoldoende bewijs. Daarom wordt ook de vordering van Exact Emea tot boete afgewezen.
Beide partijen worden veroordeeld in de proceskosten van hun respectieve procedures. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Vorderingen van beide partijen worden afgewezen; partijen worden veroordeeld in hun proceskosten.