ECLI:NL:RBROT:2012:BZ2697
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Huurder hoeft renovatiewerkzaamheden aan woning niet te gedogen zonder toestemming
De huurder is eigenaar van een woning waarvan de verhuurder renovatiewerkzaamheden wil uitvoeren. Volgens artikel 7:220 BW Pro moet de huurder dringende werkzaamheden en renovatie gedogen, tenzij partijen anders zijn overeengekomen. In dit geval is in de huurovereenkomst expliciet bepaald dat voor veranderingen aan de woning toestemming van de huurder vereist is.
De verhuurder heeft een groot onderhoudsplan voor een woningcomplex, waarbij 80% van de huurders heeft ingestemd met de renovaties, maar de huurder in deze zaak niet. De huurder heeft ook geen gebruik gemaakt van zijn recht om binnen acht weken een procedure te starten over de redelijkheid van het voorstel.
De rechtbank beoordeelt dat het merendeel van de werkzaamheden als renovatie kwalificeert en dat de huurovereenkomst afwijkt van artikel 7:220 BW Pro, waardoor expliciete toestemming van de huurder vereist is. Omdat de huurder die toestemming niet heeft gegeven, hoeft hij de renovatie niet te gedogen. Wel moet de huurder op grond van de overeenkomst en artikel 7:220 lid 1 BW Pro dringende onderhoudswerkzaamheden aan de buitenzijde van de woning toestaan. De vordering tot ontruiming wordt afgewezen en de verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De huurder hoeft renovatiewerkzaamheden zonder zijn toestemming niet te gedogen, maar moet dringende onderhoudswerkzaamheden aan de buitenzijde van de woning toestaan.