ECLI:NL:RBROT:2012:BZ4802
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tijdelijke huur en redelijkheid huurprijs na toetsing Huurcommissie
De zaak betreft een geschil over de huurprijs en het voorschotbedrag van een woonruimte verhuurd door eiser aan gedaagde. Gedaagde heeft de Huurcommissie verzocht om toetsing van de redelijkheid van de aanvangshuurprijs en het voorschotbedrag, waarna de commissie een verlaging heeft vastgesteld. Eiser vordert vernietiging van deze uitspraken en stelt dat sprake is van tijdelijke huur, waardoor de Huurcommissie niet ontvankelijk had moeten worden verklaard.
De kantonrechter stelt vast dat de huurovereenkomst weliswaar de term 'temporary duration' vermeldt, maar dat nergens uitdrukkelijk is bedongen dat het een tijdelijke, niet te verlengen huur betreft. De aard van het gebruik, de woning en de omstandigheden rondom het arbeidscontract van gedaagde wijzen niet op een huur van korte duur zoals bedoeld in artikel 7:232 lid 2 BW Pro.
De kantonrechter oordeelt dat de dwingendrechtelijke bepalingen van afdeling 5 van titel 4 van boek 7 BW van toepassing zijn en dat de Huurcommissie bevoegd was om uitspraak te doen over de redelijkheid van de huurprijs en het voorschotbedrag. De zaak wordt aangehouden om partijen gelegenheid te geven zich nader uit te laten over het puntenaantal en de redelijke huurprijs.
Uitkomst: De kantonrechter oordeelt dat geen sprake is van tijdelijke huur en dat de Huurcommissie bevoegd was om uitspraak te doen over de huurprijs en het voorschotbedrag.