Eisers zijn sinds 2002 eigenaar van een perceel met een erfdienstbaarheid van weg ten behoeve van het perceel van gedaagde, die sinds 2012 eigenaar is van het heersende erf. De erfdienstbaarheid is oorspronkelijk gevestigd voor toegang en het plaatsen van een benzinepomp en reclamebord.
Eisers vorderen opheffing van de erfdienstbaarheid omdat gedaagde geen redelijk belang meer heeft, nu hij een eigen uitweg heeft en de oorspronkelijke bedrijfsactiviteiten zijn gestopt. Gedaagde betwist dit en vordert eerbiediging van de erfdienstbaarheid.
De rechtbank oordeelt dat gedaagde geen redelijk belang meer heeft bij de erfdienstbaarheid, mede omdat hij zijn terrein kan herinrichten om te keren en de uitweg naar de openbare weg te bereiken. Het geringe belang bij het plaatsen van een reclamebord weegt niet op tegen het belang van eisers bij privacy en gebruik van hun perceel. De erfdienstbaarheid wordt opgeheven onder de voorwaarde dat eisers een redelijke vergoeding aan gedaagde betalen. De zaak wordt verwezen voor benoeming van een deskundige voor waardebepaling.