De gemeente vordert thans - na diverse wijzigingen en vermeerdering van eis,
- samengevat - primair,
te verklaren voor recht dat de eigendomsoverdracht van het perceel door de gemeente aan [Bedrijf 1] nietig is, dat de daarop volgende eigendomsoverdracht van het perceel door [Bedrijf 1] aan [Bedrijf 2] eveneens nietig is, dat de gemeente hierdoor kan worden ingeschreven als eigenaar van het perceel en dat de koopovereenkomst van 28 juni 2010 door de gemeente rechtsgeldig is ontbonden,
subsidiair, te verklaren voor recht dat de koopovereenkomst van 28 juni 2010 door de gemeente rechtsgeldig is ontbonden en (vervolgens) de daaruit gevolgde levering van 18 oktober 2010 te vernietigen en
[Bedrijf 1] te verplichten tot (terug)levering van het perceel aan de gemeente binnen twee weken na betekening van het vonnis, op straffe van een boete van € 100, - per dag en daarnaast te bepalen dat de vaststellingsovereenkomsten van 28 juni 2010 zo komen te luiden dat [Bedrijf 1] hoofdelijk verplicht is tot terugbetaling van de door de gemeente betaalde schadevergoeding van € 238.000, - en
[Personen 1 en 2] en [Bedrijf 1] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de proceskosten, alsmede de buitengerechtelijke kosten en de kosten van beslaglegging,
meer subsidiair, te verklaren voor recht dat [Bedrijf 1] en [Bedrijf 2] onrechtmatig hebben gehandeld jegens de gemeente en hen hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 343.000, -.
De rechtbank merkt hierbij ter toelichting op dat na de in de dagvaarding geformuleerde eis en de vermeerdering daarvan bij conclusie van 9 maart 2012, de gemeente bij conclusie van 7 november 2012 haar vordering integraal heeft geherformuleerd, zodat hetgeen hierboven is weergegeven daarop is gebaseerd, met inachtneming van de vermeerdering van eis bij akte van 22 mei 2013.