De zaak betreft een incident in een civiele procedure waarbij eiser vordert dat gedaagde sub 1 rekenschap geeft van af- en overschrijvingen en opnamen van de bankrekening van hun overleden moeder. De moeder was gehuwd in gemeenschap van goederen en had een testament opgesteld waarbij haar nalatenschap aan haar werd toebedeeld met een verplichting tot betaling aan overige erfgenamen.
Gedaagde sub 1 voerde sinds 2002 het beheer over het inkomen en vermogen van de moeder en heeft volgens eiser geen volledige verantwoording afgelegd over de financiële transacties. Eiser vordert ook inzage in bankafschriften en informatie over de geestelijke gesteldheid van de moeder.
De rechtbank oordeelt dat gedaagde sub 1 op grond van een notariële volmacht en de omstandigheden gehouden is tot het afleggen van rekening en verantwoording. De vordering wordt toegewezen, met de bepaling dat de rekening en verantwoording bij de conclusie van antwoord in de hoofdzaak moet worden overgelegd. De gevraagde machtiging tot inwinning van informatie wordt afgewezen. De beslissing over de kosten wordt aangehouden tot de hoofdzaak wordt behandeld.