Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 25 april 2013;
- de conclusie van antwoord;
- het tussenvonnis van 9 oktober 2013;
- de nadere stukken ingediend door Deutsche Bank;
- het proces-verbaal van comparitie van 22 november 2013.
2.De feiten
.Na de opzegging van de kredietovereenkomst hebben Deutsche Bank en [gedaagde] een betalingsregeling getroffen inhoudende dat [gedaagde] maandelijks een bedrag van € 3.400,-- zou aflossen vanaf zijn ondernemersrekening en een eventueel surplus mocht behouden. [gedaagde] heeft gedurende een periode van ongeveer twee jaar uitvoering aan deze regeling gegeven.
3.Het geschil
4.De beoordeling
- dagvaarding: € 92,82
- griffierecht: € 1.247,00
- salaris advocaat