De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak waarbij de verhuurder een geldvordering instelde wegens huurachterstand van de huurder. De huurovereenkomst betrof een woning en was inmiddels beëindigd. De verhuurder vorderde betaling van de achterstallige huur, rente, buitengerechtelijke incassokosten en maandelijkse huur tot ontruiming.
De huurder betwistte de vordering deels en voerde aan dat de verhuurder niet had gehandeld conform het Convenant Preventie Huisuitzettingen Rotterdam, waardoor zij niet was aangemeld bij het Meldpunt Preventie Huisuitzettingen en begeleiding ontbrak. Dit zou volgens de huurder de toewijzing van buitengerechtelijke kosten in strijd met de redelijkheid en billijkheid brengen.
De rechtbank oordeelde dat de huurachterstand niet of onvoldoende was betwist en dat de buitengerechtelijke kosten toewijsbaar waren. Het niet melden bij het Meldpunt was onvoldoende gemotiveerd om de kosten niet toe te kennen, mede omdat het convenant geen rechten aan derden verleent en aanmelding pas vereist is bij een huurachterstand van 2 tot 4 maanden na mislukte incasso. De aanmaning voldeed niet volledig aan wettelijke eisen, waardoor buitengerechtelijke kosten slechts deels werden toegewezen.
De huurder werd veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente, buitengerechtelijke kosten en maandelijkse huur tot ontruiming, alsmede in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.