In deze zaak vorderden Buma en Sena betaling van vergoedingen voor het openbaar maken van muziek door [opposant]. Sena trok haar vordering in nadat was vastgesteld dat [opposant] vanaf 1 januari 2010 geen muziek meer openbaar maakte. De kern van het geschil betrof de vraag of tussen Buma en [opposant] een licentieovereenkomst was gesloten.
Buma stelde dat betaling van een factuur binnen 30 dagen aanvaardingshandeling was voor een jaarlijks doorlopende overeenkomst, maar [opposant] betwistte dat hij het aanbod en de algemene voorwaarden had ontvangen en stelde dat betaling buiten de termijn was verricht. De kantonrechter oordeelde dat de factuur niet binnen 30 dagen was betaald, waardoor geen overeenkomst tot stand was gekomen.
In reconventie vorderde [opposant] terugbetaling van een bedrag dat hij onder protest had betaald. De kantonrechter oordeelde dat deze betaling onverschuldigd was en veroordeelde Buma tot terugbetaling met rente. De kosten van de procedure werden Buma en Sena opgelegd.