Eiseres was sinds 2002 werkzaam als Medewerker Huishoudelijke Verzorging I (HVZ1) bij gedaagde, een thuiszorgorganisatie. In het kader van een reorganisatie werden 221 medewerkers boventallig verklaard en werd hen een lager gesalarieerde functie Huishoudelijke Hulp (HH1) aangeboden, waarbij de signaleringsfunctie kwam te vervallen. Eiseres weigerde deze functie en werd ontslagen met toestemming van UWV.
Eiseres stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was omdat dezelfde werkzaamheden werden verricht tegen een lager salaris, en vorderde herstel van het dienstverband of een vergoeding. Gedaagde stelde dat de reorganisatie noodzakelijk was vanwege financiële verliezen en gewijzigde gemeentelijke beleidsregels, en dat de functies wezenlijk verschilden.
De rechtbank oordeelde dat de reorganisatie en functiewijziging binnen de beleidsvrijheid van de werkgever vielen en slechts marginaal getoetst konden worden. De signaleringsfunctie was terecht verwijderd en ondergebracht bij een andere functie. Het ontslag was daarom niet kennelijk onredelijk. Wel werd geoordeeld dat eiseres redelijkerwijs niet kon worden verplicht de lagere functie te accepteren, zodat zij recht had op wachtgeld conform de CAO.
De vordering tot betaling van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen wegens gebrek aan grondslag. De proceskosten werden gecompenseerd. De arbeidsovereenkomst werd niet hersteld, maar eiseres kreeg een wachtgelduitkering toegekend voor de periode van 1 maart 2013 tot en met 3 mei 2016.