Uitspraak
DOSSIER
1..Het procesverloop
- de vrouw en de man, laatstgenoemde tevens in zijn hoedanigheid van advocaat van verzoekers;
- [naam ambtenaar 1] en [naam ambtenaar 2] , ambtenaren van de burgerlijke stand van de gemeente Dordrecht.
Rechtbank Rotterdam
De vrouw en de man, ouders van een minderjarige met zowel de Spaanse als Nederlandse nationaliteit, verzochten de rechtbank Rotterdam om de geslachtsnaam van hun kind te wijzigen conform het Spaanse namenrecht. De ambtenaar van de burgerlijke stand van Dordrecht had dit geweigerd op grond van artikel 10:20 BW Pro, dat bepaalt dat de geslachtsnaam van een minderjarige met de Nederlandse nationaliteit wordt bepaald door Nederlands recht.
De rechtbank overwoog dat het Europese Hof van Justitie in het arrest Garcia Avello (2003) heeft geoordeeld dat lidstaten niet mogen weigeren een naamsverandering toe te staan die de naam van een kind met dubbele nationaliteit weerspiegelt volgens het recht van de andere lidstaat. Dit arrest leidt ertoe dat artikel 10:20 BW Pro buiten toepassing blijft in dit geval omdat het in strijd is met de artikelen 12 en 17 van het EG-verdrag.
De rechtbank wees het primaire verzoek af wegens onduidelijkheid over de schrijfwijze van de achternaam van de vrouw, maar wees het subsidiaire verzoek toe en gelastte verbetering van de geboorteakte zodat de minderjarige de Spaanse geslachtsnaam krijgt. De rechtbank verwierp het alternatief van de ambtenaar om alleen een aantekening op de geboorteakte te plaatsen, omdat dit niet tot een daadwerkelijke naamswijziging leidt.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de griffier wordt opgedragen een afschrift aan de ambtenaar van de burgerlijke stand te zenden. Hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt de geslachtsnaam van de minderjarige conform het Spaanse recht.