Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 13 juni 2013 in de zaak tussen
N.V. Luchthaven Schiphol, te Schiphol, eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
- de start- en landingsgelden die gerekend kunnen worden bij het gebruik van Schiphol Oost (zijnde twee tarieven voor disconnected afhandeling van starten en landen) en hetgeen Schiphol hiervoor levert bij de afhandeling van vluchten op Schiphol Oost, voor zover het (de kwaliteit van) diensten en faciliteiten betreft die derdebelanghebbende en gebruikers in een gelijke positie als derdebelanghebbende daarbij ontvangen, en
- de Passenger Service Charge (PSC) en de diensten en faciliteiten die hiervoor worden geboden bij de afhandeling van passagiers op Schiphol Oost.
- dat de door eiseres opgegeven piekuurcapaciteit van het banenstelsel niet representatief is voor de situatie van derdebelanghebbende, omdat de gegevens niet zijn verbijzonderd voor Schiphol Oost, waardoor niet de werkelijke capaciteit van het aantal banen dat voor general-aviationverkeer ter beschikking staat is aangegeven,
- dat het aantal incheckbalies op Schiphol Oost gering is in vergelijking tot Schiphol Centrum is verklaarbaar doordat de general-aviationgebruikers daaraan meestal geen behoefte hebben, omdat zij niet op commerciële basis passagiers vervoeren. Aan het feit dat slechts één van de twee balies op Schiphol Oost permanent bemand is door KLM Jet Centre en dat de andere gehuurd kan worden, terwijl het gebruik van de balies op Schiphol Centrum is inbegrepen in de tarieven, verbindt verweerder echter de conclusie dat het voorzieningenniveau op Schiphol Oost aanzienlijk lager is dan op Schiphol Centrum en
- dat dezelfde conclusie kan worden verbonden aan het feit dat het aantal opstelplaatsen voor toestellen op Schiphol Oost (29) beperkter is dan op Schiphol Centrum (97).
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond,
- vernietigt het bestreden besluit,
- bepaalt dat verweerder binnen zes weken na verzending van het afschrift van deze uitspraak een nieuwe beslissing op het bezwaar neemt met inachtneming van deze uitspraak,
- bepaalt dat verweerder aan eiseres het betaalde griffierecht van € 302,- vergoedt,
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € € 1.416,-, te betalen aan eiseres.