ECLI:NL:RBROT:2013:4788
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ongeldigverklaring rijbewijs en oplegging alcoholslotprogramma
Verzoeker, een vrachtwagenchauffeur, is op 13 april 2013 aangehouden met een ademalcoholgehalte van 1,38‰. Op grond van de Wegenverkeerswet 1994 heeft verweerder het rijbewijs van verzoeker ongeldig verklaard voor alle categorieën en hem een alcoholslotprogramma (ASP) opgelegd voor de duur van 24 maanden. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter overweegt dat de ongeldigverklaring van het rijbewijs voor categorie C een zware maatregel is, maar dat verweerder op grond van de wet verplicht is het ASP op te leggen bij een ademalcoholgehalte van 1,3‰ of hoger. De bestuursrechter kan dit besluit slechts formeel toetsen en heeft geen ruimte voor een belangenafweging, in tegenstelling tot de strafrechter die bij een rijontzegging wel persoonlijke omstandigheden kan meewegen.
Verzoeker stelde dat het besluit punitief is en onevenredig ingrijpt, met name omdat hij zijn werk als vrachtwagenchauffeur zal verliezen. Ook werd aangevoerd dat de rechter buitenspel is gezet en dat er sprake is van strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. De voorzieningenrechter oordeelt dat het opleggen van het ASP niet als punitieve sanctie kan worden aangemerkt en dat de maatregel niet onevenredig is gezien het algemeen belang van verkeersveiligheid.
Verder is van belang dat verzoeker eerder twee keer hoge boetes heeft gekregen wegens alcoholgebruik in het verkeer. Gezien deze recidive en het belang van verkeersveiligheid weegt het algemeen belang zwaarder dan het belang van verzoeker bij behoud van zijn rijbewijs. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs en oplegging van het alcoholslotprogramma wordt afgewezen.