De Stichting eiseres verhuurt een woning aan gedaagden die een huurachterstand hadden opgebouwd. Ondanks diverse aanmaningen en een betalingsregeling van €60 per maand, betaalden gedaagden de huur niet tijdig, maar toonden zij betalingsbereidheid door betalingen rond de vijftiende van de maand te doen.
Eiseres vorderde betaling van huurachterstand, rente en buitengerechtelijke kosten. De kantonrechter stelde vast dat de hoofdsom en rente toewijsbaar waren, maar dat het incassotraject onvoldoende serieus was gevolgd. Gedaagden werden slechts eenmaal schriftelijk aangemaand en 12 dagen later werd al gedagvaard, terwijl de betalingsregeling werd nageleefd.
De kantonrechter oordeelde dat eiseres onvoldoende had geprobeerd het geschil buitengerechtelijk op te lossen en dat de verhouding tussen vordering en proceskosten een zorgvuldige afweging vereiste. Daarom werden de buitengerechtelijke kosten afgewezen en de proceskosten gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.