Liander vordert inzage in de financiële administratie van Greenchoice over het jaar 2004 om het totaalbedrag per EAN-code te kunnen vaststellen dat in die periode in rekening is gebracht en ontvangen is van gezamenlijke afnemers. Dit is nodig ter voorbereiding van haar memorie van grieven in hoger beroep.
De rechtbank verwijst naar een eerder vonnis waarin is vastgesteld dat er een verschil van circa 4 miljoen euro bestaat over 2004, doordat Greenchoice betalingen die zij begin 2005 deed, aan 2005 toerekent terwijl Liander deze aan 2004 toerekent. Greenchoice mocht er op basis van het overeengekomen systeem vanuit gaan dat zij haar betalingsverplichtingen over 2004 had voldaan, tenzij zou blijken dat zij bedragen van haar klanten heeft ontvangen maar niet aan Liander heeft doorbetaald.
De rechtbank oordeelt dat Liander een rechtmatig belang heeft bij inzage in de administratie van Greenchoice om dit te kunnen aantonen. De gevraagde bescheiden zijn voldoende concreet en betreffen digitale gegevens die Greenchoice kan samenstellen. Er zijn geen uitzonderingsgronden die verstrekking verhinderen. De vordering wordt toegewezen met een termijn van 12 weken voor Greenchoice om de gegevens te verstrekken, onder dreiging van een dwangsom van €20.000 per dag tot maximaal €2.000.000. Greenchoice wordt veroordeeld in de proceskosten.