Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 juli 2013 in de zaak tussen
[eiseres] te [woonplaats] eiseres,
het college van procureurs-generaal, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
In het tweede lid van artikel 46 van Pro de Wbp is bepaald dat het verzoekschrift moet worden ingediend binnen zes weken na ontvangst van het antwoord van de verantwoordelijke. Indien de verantwoordelijke niet binnen de gestelde termijn heeft geantwoord, moet het verzoekschrift worden ingediend binnen zes weken na afloop van die termijn.
Op grond van artikel 46, derde lid, van de Wbp wijst de rechtbank het verzoek toe, voor zover zij dit gegrond oordeelt. Alvorens de rechtbank beslist, stelt zij zo nodig de belanghebbenden in de gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen.
Op grond van artikel 46, vijfde lid, is de derde afdeling van de vijfde titel van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing.
In artikel 46, zesde lid, van de Wbp is bepaald dat de rechtbank partijen en anderen kan verzoeken binnen een door haar te bepalen termijn schriftelijke inlichtingen te geven en onder hen berustende stukken in te zenden. De verantwoordelijke en belanghebbende zijn verplicht aan dit verzoek te voldoen. De artikelen 8:45, tweede en derde lid, en 8:29 van de Awb zijn van overeenkomstige toepassing.”
In dit verband verwijst de rechtbank naar de Memorie van Toelichting van de Wbp (Tweede Kamer, 1997-1998, 25 892, nr. 3, pagina 25) waaruit blijkt dat is gekozen voor een gedifferentieerd systeem van rechterlijke toetsing, waarbij zowel de bestuursrechter als de burgerlijke rechter een taak hebben. Concreet betekent dit dat beslissingen van bestuursorganen in hun hoedanigheid van verantwoordelijke naar aanleiding van een op de wet gebaseerd verzoek van de betrokkenen – bij voorbeeld een weigering van een verzoek om inzage of correctie – in bestuursrechtelijke zin als besluit zullen gelden, waartegen op grond van de Awb bezwaar en beroep openstaat. Indien de Awb niet van toepassing is, kan de verzoekschriftprocedure volgens het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering worden gevolgd. Deze verzoekschriftenprocedure staat niet alleen open voor de betrokkenen, maar voor alle belanghebbenden die via de rechtbank willen op komen tegen een beslissing van de verantwoordelijke op grond van de artikelen 30, derde lid, 35, 36 of 38, tweede lid, 40 of 41.
Gelet op het vorenstaande concludeert de rechtbank dat verweerder het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.