Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[gedaagde 2],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 17 juli 2013, alsmede de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- het proces-verbaal van comparitie van 24 mei 2013.
2.De feiten
- een factuur van € 30.126,-- (verzekerde [A]) de dato 12 januari 2011;
- een factuur van € 31.899,-- (verzekerde [B]) de dato 12 januari 2011;
- een factuur van € 11.372,-- (verzekerde [C]) de dato 27 februari 2011,
3.Het geschil
4.De beoordeling
jegens de rechtspersoonverplicht tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. Het betreft hier de zogeheten interne aansprakelijkheid waarop de vennootschap (danwel na faillissement de curator) een beroep kan doen. Dsw is echter een crediteur van Stichting Zorginstelling More en derhalve kan zij [gedaagde 2] niet op grond van haar interne aansprakelijkheid aanspreken. De vordering is, voor zover deze is gebaseerd op artikel 2:9 BW Pro, derhalve niet toewijsbaar.
- vanaf 28 januari 2011 over het bedrag van € 30.126,--;
- vanaf 3 februari 2011 over het bedrag van € 31.899,--; en
- vanaf 21 maart 2011 over het bedrag van € 11.372,--.
- dagvaarding € 76,17
- griffierecht 1.789,00
- salaris advocaat