Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 5 december 2012, alsmede de daaraan ten grondslag liggende processtukken;
- het proces-verbaal van comparitie van 20 maart 2013;
- de conclusie van antwoord in reconventie;
- de brieven van de raadslieden naar aanleiding van het proces-verbaal.
2.De feiten
- (In de context:
- (In de context: wij verschilden van mening over) de manieren van investeren of het verdelen van de winsten,
- (In de context: Ik blijf niet wijzen naar wat hij allemaal heeft gedaan, wat ik naar van hem vond)
- (Op de vraag: Hoeveel schiet je er dan bij in?)
Desalniettemin heeft de heer [eiser] zich na de scheiding meermalen in de periode dat ik voor de hospitality club en [A] en Colfield werkte, zich vaak negatief uitgelaten over de heer [gedaagde] in de trant van “hij was altijd met televisie en andere zaken bezig en ik moest de zaak runnen” en “hij speelde mooi weer en ik was het werkpaard”. Ook heeft hij gezegd “de tv inkomsten gingen direct naar [gedaagde] privé, terwijl wij nauwelijks of niet ons hoofd boven water konden houden”. Het was duidelijk dat hij de heer [gedaagde] het succes misgunde.(…)
”
(…)
In den beginne hield[eiser] zich keurig op de vlakte als het ging om de details rondom de ‘scheiding’.(…)
Dat veranderde toen de stress wat toenam bij[eiser] en [gedaagde] steeds succesvoller werd op TV.(…)
In mijn bijzijn heeft hij een keer, verbaal, uitgehaald naar de situatie t.a.v. [gedaagde]. Hij vond dat [gedaagde] het te makkelijk had en dat zijn succes mede te danken was aan[eiser] zelf. [gedaagde] kon zo succesvol zijn om dat hij de zaken draaiende hield.(…)
Hij vond dat [gedaagde] veel te veel had geïnvesteerd. De reden van het tegenvallende succes van Mister [D] was bijna in zijn geheel te wijten aan de budget overschrijding van de heer [gedaagde] zoals hij zei. Hij kon dat doen omdat hij volgens[eiser] zelf genoeg geld had en daardoor zakelijk een gat in zijn hand had.(…)
”
[eiser] heeft verteld over dat [gedaagde] destijds helemaal niet betrokken was bij [A] & Colfield, terwijl hij er wel op had aangedrongen veel geld in die zaak te investeren. Die investering was veel te hoog geweest en dat was volgens[eiser] ook de reden waarom [A] & Colfield en later Mister [D] nooit een succes is geworden. Ook vertelde[eiser] mij dat [gedaagde] , voordat hij en[eiser] uit elkaar gingen, champagne had gedronken met [F], maar dat[eiser] daar niets van wist, omdat [gedaagde] altijd alles maar voor eigen conto ondernam.[eiser] zei in dat gesprek ook dat hij vond dat [gedaagde] te groot was geworden voor zijn eigen ego en dat “kleine[eiser]”daar dus alleen maar van kon verliezen.(…)”
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
in conventie en in reconventie
5.De beslissing
Administratie haven en handel, afdeling planningsadministratie, kamer E12.43, Postbus 50954, 3007 BR Rotterdam, faxnummer 010 2972518- de namens hem te horen getuigen en de verhinderdagen van de getuigen, alle partijen en hun advocaten in de maanden juni tot en met september 2013 moet opgeven, waarna dag/dagen en uur van het getuigenverhoor zal worden bepaald;
Administratie haven en handel, afdeling planningsadministratie, kamer E12.43, Postbus 50954, 3007 BR Rotterdam, faxnummer 010 2972518- en de wederpartij moeten toesturen;
1980