Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 25 april 2012, alsmede de daaraan ten grondslag liggende stukken, waaronder de incidentele vonnissen;
- de brief d.d. 21 juni 2012 namens alle gedaagden, met producties;
- de brief d.d. 22 juni 2012 namens Cobelfret, met producties;
- het proces-verbaal van comparitie van 6 juli 2012, met daaraan gehecht de brieven van de raadslieden d.d. 16, 22, 21, 22 en 24 augustus alsmede 4 september 2012, een en ander als vermeld in de brief van de griffie d.d. 20 september 2012;
- de akte na comparitie van de gemeente, met producties;
- de conclusie van repliek, tevens houdende vermindering van eis, met producties;
- de conclusie van dupliek zijdens Keyrail, met producties;
- de conclusie van dupliek zijdens Prorail, met producties;
- de conclusie van dupliek zijdens de Staat, met producties;
- de conclusie van dupliek zijdens het Havenbedrijf, met producties;
- de conclusie van dupliek zijdens de gemeente, met producties.
2.De feiten
OVEREENKOMST (…)
5. Met de ingebruikname van Maasvlakte 2 zal het spoorverkeer tussen 2015 en 2025 fors toenemen. Op basis van huidige prognoses vormt de capaciteit van de Calandbrug geen probleem. Tot 2025 blijft ruimte voor minimaal 1 brugopening per uur. Wel ontstaat extra druk op piekmomenten, (…)
6. CdMR en HbR zijn het eens over het volgende:
a. Het principe is om maximale inspanning te leveren om de ongehinderde doorvaart van heden voor de schepen van Cobelfret in huidig aantal te handhaven.
b. Voorlopig lijkt er voldoende ruimte (…)
c. Aankomst-/vertrekpatroon schepen laat (hoewel beperkt) ook enige flexibiliteit zien
d. Schema's schepen kunnen door de jaren nog wijzigen
e. Indien nodig kunnen schepen harder varen (…)
f. Er zal een moment komen waarop tijdkritische schepen en tijdkritische treinen elkaar "tegen komen". Indien het principe sub a hierdoor onhaalbaar wordt, moeten hieromtrent afspraken gemaakt worden die de hinder voor CdMR zoveel mogelijk beperken
g.Harde afspraken zijn op dit moment niet mogelijk (…)
7. Om de geschetste problematiek goed het hoofd te kunnen bieden zal HbR gepaste inspanningen leveren binnen een nauwe samenwerking tussen CdMR en HbR, elk vanuit de eigen verantwoordelijkheden en belangen. In deze aanpak achten CdMR en HbR de volgende punten van belang:
a. Cobelfret en HbR zullen tijdig en wel voor 2015 schriftelijke, operationele afspraken maken omtrent de kwestie doorgang Calandbrug/Brittanniëhaven
b.Optimale benutting van de capaciteit van de Calandbrug organiseren (d.w.z. afspraken maken over gebruik van de brug door zeescheepvaart en spoor). Hierbij zullen onderwerpen als communicatie, dynamische planning, afstemming spoor aan de orde komen. (…)
Inleiding
1 Aanleiding
(…)
4 Bediening
7Beheer en Onderhoud
71Onderhoudsplan
voor een brugwachter op locatie. DZH hanteert hierbij een begeeftijd van maximaal 30 minuten gerekend vanaf het moment van constatering van het niet kunnen bedienen op afstand en met uitsluiting van overmacht.
3.Het geschil
4.De beoordeling
zoekmaken van de verantwoordelijkheid(toch) heeft willen handhaven moet die stelling -wat daarvan verder ook zij- daarop stranden.
res ipsa loquiturdoctrine waarop zij zich beroept kan haar daarbij niet baten. Daargelaten of deze naar Nederlands recht geldt en wat dan de verhouding tot de omkeringsregel zou zijn, het feitelijk uitgangspunt in dit geval is daarvoor onvoldoende. Het is niet zo dat naar algemene ervaringsregels storingen bij het openen van een brug in de overgrote meerderheid van de gevallen te wijten zijn aan tekortschietend onderhoud of ander onzorgvuldig gedrag. Juist voor storingen bestaat een veelheid van oorzaken, die ook aan onrechtmatig handelen van derden, overmacht of een (andere) toevallige samenloop van omstandigheden waarvan niemand een verwijt te maken valt te wijten kunnen zijn.
5.De beslissing
1980