Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 1 februari 2012, alsmede de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- de conclusie na tussenvonnis van Dunea, met producties;
- de antwoordconclusie van Verzekeraars, met producties;
- de pleidooien, het verkort proces-verbaal daarvan en de ter gelegenheid daarvan overgelegde pleitnota’s van alle partijen alsmede de door Dunea met het oog op het pleidooi bij brief van 31 oktober 2012 toegezonden producties;
- de akte van verzekeraars;
- de antwoordakte van Dunea;
- de antwoordakte van verzekeraars, met producties.
2.De verdere beoordeling
alle bouwstoffen en/of materialen en/of componenten die bestemd zijn voor verwerking in het werk), stellende dat het hier een geval betreft waarvoor art. 23 jo Pro clausule 2101006 jo. clausule 201262 in dekking voorziet. Art. 23 houdt Pro in dat dekking bestaat voor “
de kosten van herstel/en of vervangen van het werk en/of enig onderdeel daarvan dat is verloren gegaan, vernietigd of materieel beschadigd (…) ongeacht op welke wijze of door welke oorzaak, met renunciatie aan eventueel anders luidende dekking beperkende wetsartikelen”. Art. 25 bepaalt Pro dat in geval van gedekte schade in beginsel herstel en/of vervangingskosten op basis van herstel in nieuwe staat worden vergoed.
“ ingeval van schade aan (horizontaal gestuurde) boringen zullen verzekeraars nimmer meer vergoeden dan de waarde van de oorspronkelijke boring, eventueel verhoogd(…)” Clausule 201262, in het tussenvonnis al integraal overgenomen, voegt daaraan voor zover van belang nog toe
“ingeval van het (…) niet slagen van een boring ten gevolge van een fysieke omstandigheid, vergoeden verzekeraars onder deze polis alle werkelijk te maken directe kosten(…)”.
fysieke omstandigheidals in die clausule omschreven betreft op Dunea rust, zou Dunea in beginsel bewijs moeten leveren. Blijkbaar (prod.7) beschouwden verzekeraars het “bezwijken van de verbinding” echter bij het eerste voorval in 2006 als een
fysieke omstandigheid, hetgeen ook zonder meer te verenigen valt met de bewoordingen van de clausule, zodat niet valt in te zien waarom dat in 2007 anders zou moeten worden opgevat.
3.De beslissing
427