Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het vonnis van 20 mei 2012 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- het proces-verbaal van comparitie van 10 oktober 2012, alsmede de met het oog op die comparitie toegezonden brief van 27 september 2012, met productie, en de akte van Reaal, de pleitnota’s en de naar aanleiding van het proces-verbaal gezonden brieven van 1 november 2012 en 15 november 2012.
2.De verdere beoordeling
De overeenkomst wordt tegenover de verzekeraar slechts door geschrift bewezen. Indien het geschrift de overeenkomst niet volledig omschrijft kan, zolang de polis niet door de verzekeringnemer als bewijs is aanvaard, bewijs van het niet omschreven deel van de overeenkomst en van de wijzigingen daarin met alle middelen worden bijgebracht.” Het geschrift dat daarbij door de wetgever is bedoeld is in de eerste plaats de polis; in voorkomend geval kan door middel van, bijvoorbeeld, een sluitbrief het bestaan van de overeenkomst worden bewezen, waarna dan met alle middelen aanvullend bewijs aangaande de precieze inhoud geleverd mag worden.
Bij gebreke van communautaire regelgeving op een bepaald gebied is het een aangelegenheid van de interne rechtsorde van elke lidstaat om de bevoegde rechterlijke instanties aan te wijzen en de procedureregels vast te stellen voor vorderingen die worden ingesteld ter bescherming van de rechten die de justitiabelen aan de rechtstreekse werking van het gemeenschapsrecht ontlenen, mits die regels niet ongunstiger zijn dan die welke voor soortgelijke vorderingen krachtens nationaal recht gelden (gelijkwaardigheidsbeginsel) en de uitoefening van de door de communautaire rechtsorde verleende rechten in de praktijk niet onmogelijk of uiterst moeilijk maken (doeltreffendheidsbeginsel). Deze overwegingen gelden ook in het bijzonder voor de bewijsregels, (…). Weliswaar ging het daar vooral om vragen van verdeling van bewijslast, maar ook uit dit arrest blijkt, dat het uitgangspunt is dat de rechter op het punt van formeel bewijsrecht zijn eigen rechtsregels toepast. (Van discriminatie tussen Belgische en Nederlandse partijen is hier uiteraard geen sprake).
Dit artikel laat de toepassing onverlet van de bepalingen van het land van de rechter die, ongeacht het op de overeenkomst toepasselijke recht, het geval dwingend beheersen”. Dat laat ruimte voor toepassing van het eigen bewijsrecht van de rechter.
3.De beslissing
1980