Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- de conclusie van repliek, met producties;
- de conclusie van dupliek;
- de pleitnotitie van de Staat d.d. 28 november 2012 (in het kader van de schriftelijke pleidooien) met producties;
- de pleitnotitie van [gedaagde] d.d. 12 december 2012;
- de antwoordpleitnota van de Staat d.d. 9 januari 2013.
2.De feiten
“(…)
“(…)
“(…)
“(…)
:
Indien de saneringskosten onverhoopt hoger of lager uit zouden vallen dan de hiervoor genoemde € 550.000,=, dan is dit geheel voor rekening en risico van koper. Verkoper zal derhalve in de toekomst nimmer aansprakelijk worden gesteld uit hoofde van saneringskosten, asbestverwijdering of welke vorm van sanering dan ook.(…)”
Verkoper verklaart het verkochte te hebben gebruikt als opslagterrein.
“(…) De koopprijs van het verkochte bedraagt (…) € 315.337,50 (…)
3.Het geschil
4.De beoordeling
uitvloeien van vluchtige vloeistoffen en olie op het terreinals bedoeld (en verboden) in de voorwaarden bij de vergunning.
5.De beslissing
vrijdag 13 september 2013van
15:00tot
17:00uur, teneinde als onder 4.15, 4.16, 4.19, 4.20 en 4.21 overwogen;
binnen twee wekenna de datum van dit vonnis schriftelijk en gemotiveerd aan de rechtbank ter attentie van de roladministratie van de afdeling privaatrecht - om een nadere dag- en uurbepaling dient te vragen onder opgave van de verhinderdata van alle partijen in de drie maanden volgend op het uitstelverzoek,
1980