ECLI:NL:RBROT:2013:6015

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
31 juli 2013
Publicatiedatum
5 augustus 2013
Zaaknummer
10/996511-09, 13/1046
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 411a SvArt. 241 SvArt. 182 SvArt. 183 SvArt. 445 Sv
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen afwijzing horen getuigen door rechter-commissaris

De verdachte verzocht de rechter-commissaris op grond van artikel 411a Sv om twee getuigen te horen, wat werd afgewezen. Tegen deze afwijzing diende de verdachte een bezwaarschrift in bij de rechtbank. De rechtbank behandelde dit bezwaar, waarbij de verdachte niet aanwezig was, maar wel werd vertegenwoordigd door zijn raadsman.

De rechtbank oordeelde dat sinds de wetswijziging van 1 januari 2013 artikel 411a Sv niet voorziet in een rechtsmiddel tegen beslissingen van de rechter-commissaris, behalve voor verzoeken op basis van artikelen 182 en 183 Sv. Omdat het verzoek van de verdachte niet onder deze uitzonderingen valt en de wet geen ander rechtsmiddel toestaat, is het bezwaarschrift niet ontvankelijk.

De rechtbank benadrukte dat de vermelding van de rechter-commissaris dat een bezwaarschrift mogelijk is, onjuist is, maar dat dit de rechtspositie van de verdachte niet verandert. De rechtbank verklaarde het bezwaar daarom niet ontvankelijk en wees het af.

Uitkomst: De verdachte is niet ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar tegen de afwijzing van het verzoek tot het horen van getuigen door de rechter-commissaris.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: [parketnummer]
Raadkamernummer: [raadkamernummer]
Beschikkingvan de rechtbank Rotterdam, meervoudige raadkamer, op het bezwaarschrift van de verdachte

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres:
[adres],
raadsman mr. [naam advocaat], kantoorhoudende te [vestigingsplaats].

Procedure

De raadsman heeft namens de verdachte bij brief van 19 februari 2013 de rechter-commissaris verzocht om op grond van artikel 411a van het Wetboek van Strafvordering in de onder opgemeld parketnummer ingeschreven zaak onderzoekshandelingen te verrichten, bestaande uit het horen een tweetal getuigen.
De rechter-commissaris heeft bij beschikking van 12 april 2013 het verzoek afgewezen.
Op 8 mei 2013 heeft de verdachte tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
Het bezwaar is op 30 juli 2013 door de raadkamer behandeld. De raadsman en de officier van justitie mr. [naam officier van justitie] zijn gehoord. De verdachte is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Feiten

De verdachte is bij vonnis van 16 augustus 2012 in de onder opgemeld parketnummer ingeschreven zaak door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Rotterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden.
Tegen dit vonnis is op 17 augustus 2012 hoger beroep ingesteld. De terechtzitting in hoger beroep is nog niet aangevangen.

Standpunt verdachte en standpunt officier van justitie

Het bezwaarschrift keert zich tegen de weigering de gevraagde getuigen te horen. Aangevoerd is dat de verdediging in eerste aanleg niet de kans heeft gehad deze personen als getuige te horen, terwijl hetgeen zij hebben verklaard lijnrecht tegenover de lezing van de verdachte staat.
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep. Daarbij is gesteld dat de verdachte op grond van artikel 411a, tweede lid, juncto artikel 241, vierde lid, Sv niet ontvankelijk is.

Beoordeling ontvankelijkheid

Sinds 1 januari 2013 is artikel 411a Sv gewijzigd. In het tweede lid wordt niet langer verwezen naar artikel 241, vierde lid, waarin expliciet was bepaald dat tegen de beslissing van de rechter-commissaris op een verzoek van de verdachte geen rechtsmiddel openstaat.
Bij de Wet versterking positie rechter-commissaris (Stb. 2011/600) is de mogelijkheid in het leven geroepen om bij de rechtbank een bezwaarschrift in te dienen tegen een beschikking van de rechter-commissaris. Echter, deze mogelijkheid beperkt zich tot de verzoeken die op basis van de artikelen 182 en 183 Sv zijn gedaan.
Uit artikel 445 Sv Pro volgt dat voor verdachten, behoudens het geval dat de wet anders bepaalt, tegen beschikkingen geen hoger beroep of beroep in cassatie openstaat en een bezwaarschrift niet is toegelaten. Nu de wet in de huidige redactie met betrekking tot op grond van artikel 411a Sv gegeven beschikkingen niet (expliciet) anders bepaalt en uit de wetsgeschiedenis ook niet kan worden afgeleid dat de wetgever op dit punt tot een gewijzigd inzicht is gekomen, is de conclusie dat ook na 1 januari 2013 tegen op grond van artikel 411a Sv gegeven beschikkingen noch een bezwaarschrift kan worden ingediend, noch enig ander gewoon rechtsmiddel kan worden aangewend.
Dat de rechter-commissaris onder haar beschikking van 12 april 2013 heeft vermeld dat de verdachte binnen veertien dagen een bezwaarschrift kan indienen bij de rechtbank is uiterst ongelukkig, maar maakt dit niet anders.
De verdachte zal niet ontvankelijk verklaard worden in zijn bezwaar.

Beslissing

De rechtbank:
verklaart de verdachte niet ontvankelijk in zijn bezwaar.
Deze beschikking is op 31 juli 2013 in raadkamer gegeven door:
mr. W.L. van der Bijl-de Jong, voorzitter,
mrs. J.J.I. de Jong en S. Jordaan,
in bijzijn van L.M.J. Klein Zeggelink, griffier.