Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het vonnis van 30 januari 2008, waarbij de provisionele vorderingen van Paraná zijn afgewezen
- de conclusie van repliek in conventie tevens houdende conclusie van antwoord in reconventie (met producties)
- de conclusie van dupliek in conventie tevens conclusie van repliek in reconventie (met producties)
- de conclusie van dupliek in reconventie tevens houdende vermeerdering van eis in conventie (met productie)
- akte houdende uitlating vermeerdering van eis tevens akte houdende uitlating productie.
2.De vaststaande feiten
, a final settlement of accounts will be issued to THE CO. and balances cleared.
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
in conventie en in reconventie
in de uitoefening van het bedrijfvan Crossports werden gesloten dient aangeknoopt te worden bij het recht van het land waar haar hoofdvestiging zich bevindt of
,indien de prestatie volgens de overeenkomst door een andere vestiging dan de hoofdvestiging moet worden verricht, het land waar zich deze andere vestiging bevindt. Crossports heeft veel gesteld over de organisatie van Paraná International maar heeft weinig inzicht gegeven in haar eigen onderneming. Zij stelt [CVA 2.3] dat zij gevestigd is op de Britse Maagdeneilanden maar ook een vertegenwoordiger in Brazilië heeft: de heer [Y], tevens directeur van Crossports die verbonden is met dit dispuut. Of Crossports een relevante vestiging heeft in Brazilië is in deze procedure niet duidelijk geworden maar dat maakt geen verschil, zoals hierna zal blijken. Crossports stelt namelijk dat aan de plaats van vestiging van beide “offshore” vennootschappen, waarmee zij Paraná International en Crossports bedoelt, op de Britse Maagdeneilanden geen enkele doorslaggevende betekenis mag worden toegekend (incidentele conclusie van antwoord inzake provisionele eis onder 10.4). Ook Paraná International pleit niet voor toepassing van het recht van de Britse Maagdeneilanden. Kennelijk zijn partijen het er over eens dat uit het geheel der omstandigheden blijkt dat de overeenkomst nauwer is verbonden met een ander land dan de Britse Maagdeneilanden (art. 4 lid 5 EVO Pro). Daarbij past ook dat in 3 van de 4 hier van belang zijnde contracten expliciet staat opgenomen “being therefore an international transaction outside the B.V.I. (British Virgin Islands)”.
overeenkomstennauwer zijn verbonden met een ander land. Tegen het licht van de inhoud en strekking van de overeenkomsten komt aan de omstandigheden d, f en g weinig gewicht toe. Aldus leggen slechts de omstandigheden genoemd onder a, b, c en e enig gewicht in de schaal. Daar staat tegenover dat Crossports onweersproken heeft aangevoerd:
vanaf juni 2000tot maart 2001 “in partial shipments” geleverd zou worden met een maandelijks minimum van 1.500 m.t. In het contract van 11 augustus 2000 staat daarentegen dat de FCOJ geleverd wordt
vanaf augustus 2000(dat wil zeggen met ingang van augustus 2000). Door geen van de partijen wordt gesteld dat nader overeengekomen zou zijn om over het oogstjaar 2000/2001 minimaal 18.000 in plaats van 15.000 m.t. FCOJ te leveren. Deze consequentie zou de stelling van Crossports namelijk hebben als de oorspronkelijk afgesproken leveringen over juni en juli 2000 zouden blijven bestaan naast het in augustus 2000 overeengekomen leveringsschema (zie 2.7). Ook over 1999/2000 hadden partijen hun afspraken in twee contracten neergelegd, die per oogstjaar steeds gezamenlijk moeten worden bezien, aldus ook Crossports (conclusie van dupliek onder 43). In het jaar 2000 heeft het na het sluiten van de eerste overeenkomst kennelijk meer tijd gekost om nadere afspraken te maken. Ook dit blijkt uit de eigen stellingen van Crossports, “dat er in die periode diverse problemen waren” (scherpe daling van de marktwaarde van FCOJ, eisen door de bank voor de financiering van aanvullende zekerheid) en “Partijen hebben een uitweg gezocht voor de gerezen problemen, en uiteindelijk de distributieovereenkomst voor 2000/2001 gesloten”. De slotsom is dus dat Crossports door in augustus 2000 de distributie-overeenkomst te ondertekenen zich niet meer kan beroepen op de aanvankelijk overeen-gekomen start van de leveranties in juni 2000.
When the product (FCOJ) is to be used as bank guarantee: The "invoiced price" will be paid to the SUPPLIER by the DISTRIBUTOR till no later than 10 working days from the arrivel of the goods, of each shipment at the coldstore”.
half september2000 heeft betaald en dat vloeit ook voort uit de door Crossports bij conclusie van antwoord overgelegde prod. 6. Vervolgens stelt Paraná International in september een tweede partij van ruim 1.300 m.t. FCOJ te hebben vrijgesteld. Volgens Crossports is deze partij pas na september 2000 geleverd. Voor zover Crossports hiermee mocht betogen dat Paraná International in gebreke was omdat zij de tweede levering onder de distributieovereenkomst niet in september 2000 uitvoerde faalt dat verweer.
All support documentation will be placed at the office of the Agent for record keeping and are open to inspection by the Co. at any time."Hoewel hier niet letterlijk staat dat Paraná International recht heeft op afgifte van (kopieën van) documenten zijn partijen wel overeengekomen dat Crossports in haar kantoor alle onderliggende stukken dient te bewaren ter inspectie op ieder moment door Paraná International. In het contract van 11 augustus 2000 betreffende de oogst 2000/2001 stond een opsomming van de in mindering te brengen kosten, vergelijkbaar met die in het contract van 18 juni 1999, en voorts:
"All these costs and expenses are to be duly supported by commercial invoices/debit-notes to the Distributor and will be reflected by items in the statements of accounts and/or liquidation documents respectively."Crossports wijst er op zichzelf terecht op dat met “Distributor” niet Paraná International maar zijzelf wordt bedoeld. Crossports betwist echter niet dat hieruit volgt dat zij zelf diende te beschikken over deze onderliggende facturen en debetnota’s en dat zij zich dus niet achter [T] kan verschuilen.Verder werd in het contract van 11 augustus 2000 onder de kop:
”SETTLEMENT OF ACCOUNTS AND INFORMATION”uitgewerkt dat Crossports Paraná International voortdurend op de hoogte moest houden van de voortgang van de afzet van de zendingen op de Europese markt en haar wekelijks of maandelijks moest voorzien van allerlei informatie en overzichten (o.a. sales confirmations, cash flow, stock position). Volgens Crossports heeft zij Paraná International ook steeds volledig op de hoogte gehouden van alle ontwikkelingen door o.a. bezoeken van en bezoeken aan [T] en haar klanten. Gelet hierop is het niet aannemelijk dat tussen partijen op dat moment wilsovereenstemming bestond dat Paraná International voor de afrekening van de oogst 2000/2001 niet langer inzage mocht verlangen in de onderliggende stukken van de eindafrekening, te minder nu uit de contracten volgt dat het risico voor een mindere opbrengst en/of hogere kosten niet bij Crossports maar bij Paraná International lag. Uit de overgelegde e-mails en verklaringen van o.a. oud-personeelsleden van Paraná volgt weliswaar dat tussen partijen was afgesproken dat op basis van Liquidation Notes zou worden afgerekend – dat volgt ook uit de contracten zelf en wordt ook niet door Paraná weersproken – maar hieruit volgt niet dat die Liquidation Notes
leidendzouden zijn noch dat nader overeengekomen zou zijn dat Paraná International niet gerechtigd was tot inzage in de onderliggende facturen. Overeenkomstig haar aanbod zal de rechtbank echter Crossports toelaten te bewijzen dat tussen partijen (nader) is afgesproken dat bij de eindafrekening de Liquidation Notes leidend zouden zijn en/of dat met betrekking tot de oogst 2000/2001 nader is afgesproken dat Paraná International niet gerechtigd was tot inzage in de onderliggende facturen en debet-nota’s.
"All these costs and expenses are to be duly supported by commercial invoices/debit-notes to the Distributor and will be reflected by items in the statements of accounts and/or liquidation documents respectively."doet geen vaste afspraken vermoeden. Anderzijds zijn door Crossports bij de incidentele conclusie van antwoord inzake provisionele eist twee voorbeelden van dergelijke afgesproken “LIQUIDATON RATES” overgelegd, welke door Paraná niet zijn weersproken. Omdat in de door Crossports overgelegde Liquidation Notes ook andere dan de hierin genoemde tarieven worden gehanteerd zal de rechtbank Crossports opdragen te bewijzen dat de Liquidation Notes, althans één of meerdere daarvan, zijn opgesteld op basis van tussen partijen overeengekomen tarieven voor de logistieke kosten.
de gevolgen van gehele of gedeeltelijke tekortkoming, daaronder begrepen de vaststelling van de schade voor zover hiervoor rechtsregels gelden, een en ander binnen de grenzen welke het procesrecht van de rechter aan diens bevoegdheden stelt”. Dit betekent derhalve dat oud Braziliaans recht toepasselijk is voor zover die bepalingen blijven binnen de grenzen van het Nederlandse procesrecht. Tegen deze achtergrond zal de rechtbank partijen in de gelegenheid stellen om zich op de comparitie van partijen (nader) over de inhoud van het toepasselijke Braziliaanse recht op de reconventionele vordering onder 3 (vii) uit te laten.
binnen twee wekenna de datum van dit vonnis schriftelijk en gemotiveerd aan de rechtbank ter attentie van de roladministratie van de afdeling privaatrecht - om een nadere dag- en uurbepaling dient te vragen onder opgave van de verhinderdata van alle partijen in de drie maanden volgend op het uitstelverzoek,