Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 augustus 2013 in de zaak tussen
[eiseres], gevestigd te [plaatsnaam], eiseres,
Rechtbank Rotterdam
De minister van Volksgezondheid legde aan eiseres een boete van €4.500 op wegens overtreding van artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet. Deze overtreding betrof het toestaan van roken in een horecagelegenheid, geconstateerd tijdens een inspectie op 9 maart 2012. Eiseres was eerder driemaal beboet voor soortgelijke overtredingen binnen vijf jaar, waardoor de boete volgens het gefixeerde boetebedrag verhoogd werd tot het maximale bedrag.
Eiseres betwistte de hoogte van de boete en voerde aan dat de boete niet correct was berekend en dat zij investeringen had gedaan om een rookruimte in te richten. Tevens stelde zij dat handhaving ongelijk was en dat zij vaker werd gecontroleerd dan andere cafés. De rechtbank oordeelde dat de boete correct was vastgesteld volgens de wettelijke bijlage bij de Tabakswet en dat de eerdere boetes niet maatgevend waren voor de huidige boetehoogte.
De rechtbank verwierp het beroep van eiseres en stelde dat er geen uitzonderlijke omstandigheden waren om de boete te matigen. De boete was betaald en er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak werd in het openbaar gedaan op 29 augustus 2013.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de boete van €4.500 wegens recidive overtreding van het rookverbod in de horeca.