Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2013:6672

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 augustus 2013
Publicatiedatum
28 augustus 2013
Zaaknummer
C/11/425165/ KG RK 13-899
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:267 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing ontruimingsverzoek onroerend goed wegens wanbetaling hypotheek

De zaak betreft een verzoek van DIREKTBANK N.V. om machtiging te verkrijgen tot ontruiming van een woning gelegen aan een adres te Dordrecht op grond van artikel 3:267 BW Pro. Verweerders stelden dat sprake was van overfinanciering, dat verzoekster schuld had aan de situatie en dat zij een nieuw passend aanbod hadden moeten doen. Ook werd aangevoerd dat een beëindigde gekoppelde levensverzekering niet tot vermindering van de hypotheekschuld had geleid en dat het inkomen van verweerders was gedaald.

De voorzieningenrechter oordeelde dat deze verweren onvoldoende waren om het verzoek af te wijzen. Verweerders hadden hun betalingen abrupt vrijwel volledig per 1 september 2011 gestaakt op basis van een niet vastgelegde en betwiste afspraak met verzoekster. Sindsdien was de schuld onnodig opgelopen doordat zij slechts onregelmatig kleine bedragen betaalden. De beëindiging van de levensverzekering wegens wanbetaling was onbetwist.

Verder bleek uit het dossier dat verweerders zich niet coöperatief hadden opgesteld en geen overleg wilden voeren, terwijl verzoekster daartoe bereid was. De vermeende problemen met de belastingdienst bleken geen invloed te hebben gehad op de liquiditeit van verweerders. De voorzieningenrechter achtte het verzoek niet onrechtmatig of ongegrond en wees het toe.

De ontruimingstermijn werd vastgesteld op veertien dagen na betekening van de beschikking, mede omdat de woning volgens het taxatierapport aan verwaarlozing onderhevig was en verweerders belang hadden bij een zo hoog mogelijke opbrengst bij veiling. Verzoekster werd gemachtigd de ontruiming zonodig met politie en justitie te effectueren.

Uitkomst: Verzoek tot ontruiming van de woning wordt toegewezen met een ontruimingstermijn van veertien dagen.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Afdeling privaat
zaaknummer / rekestnummer: C/11/425165/ KG RK 13-899
Beschikking van de voorzieningenrechter van 7 augus 2013
in de zaak van
de naamloze vennootschap
DIREKTBANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verzoekster,
advocaat mr. P.K.J. van der Wal te Rosmalen
en
1) [verweerder 1],
2) [verweerder 2],
beiden wonende te Dordrecht,
verweerders,
advocaat mr. Ch.W.A. van Dam.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift met bijlagen ontvangen d.d. 15 mei 2013;
  • het verweerschrift met bijlagen ontvangen d.d. 17 juli 2013;
  • de mondelinge behandeling d.d. 23 juli 2013.
Het verzoekschrift strekt er toe dat machtiging wordt verleend om de in het verzoekschrift omschreven onroerende zaak gelegen aan de [adres] in beheer en onder zich te nemen in de zin dat de onroerende zaak kan worden ontruimd op grond van artikel 3:267 (eerste volzin) van het Burgerlijk Wetboek.

2.De beoordeling

Het verweer houdt kort weergegeven in, dat er sprake van overfinanciering is, dat verzoekster daaraan schuld heeft en een nieuw passend aanbod aan verweerders had behoren te doen, dat een verpande gekoppelde levensverzekering die is beëindigd niet tot vermindering van de hypotheekschuld heeft geleid, het inkomen van verweerder een daling heeft ondergaan en een gemaakte afbetalingsafspraak door verzoekster is geschonden.
Geen dezer stellingen leidt tot het oordeel dat het verzoek moet worden afgewezen.
Hier doet zich niet zozeer gevoelen dat de huizenprijzen zijn gedaald (bij niet verkoop is de waarde van een huis minder relevant), doch veeleer dat verweerders hun betalingen abrupt vrijwel volledig per 1 september 2011 hebben gestaakt, omdat zij meenden een afspraak met verzoekster te hebben, die inhield dat zij, totdat op een geschil tussen verweerders met de belastingdienst bij gewijsde zou zijn beslist, geen betalingen meer behoefden te doen. Deze afspraak is niet vastgelegd, door verzoekster steeds betwist en door verweerders onvoldoende gemotiveerd onderbouwd. Sindsdien betalen zij onregelmatig nog circa € 20,-- per maand met het gevolg dat de schuld gedurende een tweetal jaren onnodig ver is opgelopen. Onweersproken is dat verweerders met de betaling van de premie van de levensverzekering zijn gestopt, zodat die verzekering is beëindigd wegens wanbetaling. Het bedrag van het netto saldo blijft in reserve voor de pandhouder totdat duidelijk is of de opbrengst van het woonhuis voldoende is om de hypotheekschuld te delgen, wat gebruikelijk bij dit soort constructies is.
Uit het dossier blijkt trouwens meer dan gemiddeld dat verweerders zich niet coöperatief hebben opgesteld en geen enkele zelfreflectie hebben gehad, de schuld steeds volledig bij de bank hebben gelegd en niet tot enig overleg bereid zijn geweest, terwijl de bank daar (zeker in het begin) wel voor open stond.
Bovendien is ter zitting gebleken dat verweerders ten onrechte hebben gesuggereerd dat een maatregel van de belastingdienst hen in problemen heeft gebracht. Het heeft hier ambtshalve aanslagen betroffen, die tot nu toe nimmer zijn geïnd, zodat de liquiditeit van verweerders daaronder in het geheel niet heeft geleden.
Het verzoek is overigens ook niet onrechtmatig of ongegrond. Nu ook aan de wettelijke formaliteiten is voldaan, zal het verzoek worden toegewezen. De voorzieningenrechter zal het beheersbeding ook wat betreft de ontruiming toewijzen, om verzoekster in de gelegenheid te stellen het pand in gereedheid te brengen voor de veiling om zo een zo hoog mogelijke opbrengst te genereren. Hoewel verweerders tot aan het moment van het afronden van het executietraject nog eigenaar van de onroerende zaak blijven, wijst de voorzieningenrechter een korte ontruimingstermijn toe nu op basis van het taxatierapport als uitgangspunt moet worden genomen dat de woning aan verwaarlozing en verloedering onderhevig is en ook verweerders belang hebben bij een zo hoog mogelijke opbrengst op de veiling, waaraan bijvoorbeeld de bezichtigingen - die door het ontbreken van zijn medewerking tot op heden nog niet mogelijk zijn geweest - kunnen bijdragen. De ontruimingstermijn zal daarom worden gesteld op 14 (veertien) dagen na betekening van de beschikking.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter,
machtigt verzoekster om de ten processe bedoelde onroerende zaak gelegen aan de [adres] in beheer te nemen;
veroordeelt verweerder om de onroerende zaak gelegen aan de [adres] met al het hunne en de hunnen te ontruimen en onder afgifte van de sleutels te vrijer beschikking van verzoekster te stellen;
machtigt verzoekster om die ontruiming zonodig zelf te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van politie en justitie;
stelt de termijn waarbinnen geen ontruiming mag plaatsvinden op 14 (veertien) dagen na betekening van deze beschikking;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beslissing is gegeven door mr. E.D. Rentema, voorzieningenrechter, in het bijzijn van A. Demiral, griffier.
2477/2427