De terbeschikkinggestelde is sinds 2004 ter beschikking gesteld vanwege meerdere diefstallen met geweld. Na diverse verlengingen en voorwaardelijke beëindigingen is de dwangverpleging meerdere malen onder voorwaarden voortgezet. De officier van justitie vorderde op 19 juli 2013 de hervatting van de dwangverpleging vanwege herhaalde overtredingen van voorwaarden en onvoldoende medewerking aan resocialisatie.
De rechtbank behandelde de vordering in openbare raadkamer op 14 augustus 2013, waarbij de terbeschikkinggestelde, zijn raadsvrouw, de officier van justitie en deskundigen van GGZ en reclassering werden gehoord. De deskundigen concludeerden dat het resocialisatietraject stagneert door onvoldoende inzicht en competenties van de terbeschikkinggestelde, en adviseerden plaatsing in een kliniek voor meer structuur en begeleiding.
De rechtbank oordeelde dat hervatting van de dwangverpleging een te verregaande maatregel is gezien de duur van de maatregel en het langdurige traject dat hervatting met zich meebrengt. De beveiliging van de maatschappij kan adequaat worden gewaarborgd door wijziging van de voorwaarden, waaronder plaatsing in een kliniek als bijzondere voorwaarde. De vordering tot hervatting van de dwangverpleging werd afgewezen, maar de voorwaarden van de voorwaardelijke beëindiging werden aangepast en de reclassering kreeg opdracht tot hulp en steunverlening.