Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de anonieme kantonrechter die op 16 juli 2013 een rolbeslissing nam in een procedure over verschuldigde huurpenningen. De wraking betrof de termijnstelling voor de conclusie van antwoord en het niet tijdig bekendmaken van de identiteit van de kantonrechter.
De wrakingskamer heeft onderzocht of de beslissing van de kantonrechter zodanig onbegrijpelijk was dat dit een aanwijzing voor partijdigheid opleverde. Tevens is beoordeeld of de vrees van verzoekster voor vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd was. De kamer concludeerde dat het ging om een processuele beslissing die geen grond voor wraking vormt, en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een ander oordeel rechtvaardigen.
De rechter had op het moment van de wraking nog geen inhoudelijke bemoeienis met de zaak gehad, en het niet tijdig bekendmaken van de naam van de rechter leidde niet tot een gegronde vrees voor partijdigheid. Het wrakingsverzoek is daarom ongegrond verklaard en afgewezen.