Eiser had een huurovereenkomst met de Gemeente Rotterdam voor een kantine, die door de Gemeente werd opgezegd. Na ontruiming en ontbinding van de huurovereenkomst stelde eiser schadevergoeding te vorderen wegens onrechtmatige daad van de Gemeente. Advocaat [gedaagde 1] stelde namens eiser twee appeldagvaardingen op, maar bracht slechts één aan, waardoor het vonnis van 27 juli 2006 onherroepelijk werd.
Eiser vordert nu schadevergoeding van de advocaten wegens deze beroepsfout, begroot op €459.327,00 plus rente en kosten. De rechtbank oordeelt dat alleen de maatschap [X Advocaten] opdrachtnemer is en aansprakelijk kan worden gesteld. Vaststaat dat de fout is gemaakt en dat de Gemeente schadeplichtig was over de periode 13 augustus 2004 tot 30 maart 2006.
De rechtbank beoordeelt de kans van slagen van het achterwege gebleven hoger beroep en stelt vast dat het hoger beroep geen kans van slagen had na 30 maart 2006. De schade wordt daarom beperkt tot de periode tot die datum. De schade wordt begroot op €19.500 netto voor de periode 14 augustus 2004 tot 30 maart 2006, met wettelijke rente vanaf verschillende data. De vorderingen voor kosten en schade na 30 maart 2006 worden afgewezen. De vordering tegen [gedaagde 1] persoonlijk wordt afgewezen.