Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1],
C. BOUHAMOU q.q., in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [gedaagde 1],
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Woonbron, eigenaar van een woning te Dordrecht, vordert ontruiming van de woning door [gedaagde 1] en diens bewindvoerder Bouhamou. [gedaagde 1] is onder meerderjarigenbewind gesteld en woont elders, terwijl zijn eigendommen in de woning achterbleven.
De kantonrechter had reeds toestemming gegeven voor ontruiming op kosten van [gedaagde 1]. Woonbron stelt dat [gedaagde 1] zijn toezegging tot ontruiming niet nakwam, mede door gezondheidsproblemen. De vordering richt zich op ontruiming van de woning en het gedogen van ontruiming van goederen binnen en buiten het bewind.
De rechtbank oordeelt dat het gebruiksrecht van de woning is geëindigd en dat de vordering grotendeels gegrond is. [gedaagde 1] heeft deels verstek laten gaan, waardoor de bewindvoerder aansprakelijk is voor onderbewindgestelde goederen. Woonbron krijgt machtiging om ontruiming met sterke arm uit te voeren indien nodig. Proceskosten worden aan de bewindvoerder opgelegd.
De ontruiming moet binnen drie weken na betekening plaatsvinden, met een iets ruimere termijn vanwege leeftijd en fysieke beperkingen van [gedaagde 1]. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt tot ontruiming binnen drie weken met machtiging voor inzet van de sterke arm en legt proceskosten aan de bewindvoerder op.