ECLI:NL:RBROT:2013:7736
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verzorgster ontucht met twee patiënten wegens gebrek aan wettig bewijs
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen een verzorgster die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met twee oudere patiënten in een verzorgingshuis in juli 2012. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf en taakstraf, gebaseerd op verklaringen van de slachtoffers en getuigen.
De verdediging voerde aan dat er onvoldoende wettig bewijs was, aangezien de belastende verklaringen van de slachtoffers niet ondersteund werden door onafhankelijke bronnen en dat de verklaringen zelf inconsistent en onbetrouwbaar waren. Ook werd betoogd dat het gebruik van schakelbewijs niet overtuigend was.
De rechtbank oordeelde dat naast de verklaringen van de slachtoffers geen andere bewijsbronnen waren die de aangiftes bevestigden. De verklaringen van de slachtoffers waren op belangrijke punten inconsistent en niet geheel betrouwbaar. Het signalement van de dader door het tweede slachtoffer kwam niet overeen met de verdachte. Ook was er twijfel over de datum van het incident en de aanwezigheid van de verdachte op die dag.
Gelet op het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs sprak de rechtbank de verzorgster vrij van alle tenlastegelegde feiten en hief het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.