Eiseres ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor huishoudelijke hulp, dat door verweerder werd herzien en teruggevorderd wegens het ontbreken van bewijs van girale betaling over de periode 1 maart 2011 tot 10 november 2011. Verweerder baseerde dit op een beleidsregel die uitsluitend girale betaling als verantwoording accepteert.
De rechtbank oordeelt dat deze beleidsregel geen algemeen verbindend voorschrift is en dat het pgb niet op deze grondslag mag worden herzien zonder nadere motivering. Verweerder had niet alleen het ontbreken van girale betaling moeten constateren, maar ook andere omstandigheden moeten betrekken bij zijn oordeel over het aanwenden van het pgb.
Daarnaast is vastgesteld dat eiseres ten onrechte alleen telefonisch is gehoord terwijl zij een hoorzitting had aangevraagd, wat in strijd is met het hoor- en wederhoorbeginsel. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en beveelt verweerder tot hernieuwde besluitvorming met inachtneming van de procesrechten van eiseres.
Tot slot worden de proceskosten en griffierechten aan eiseres toegewezen.