ECLI:NL:RBROT:2013:7951
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heffingsmaatstaf doorlopende toezichtkosten betaaldienstverlener Brainpoint
Brainpoint Betaalsystemen B.V. kreeg een heffing opgelegd door De Nederlandsche Bank (DNB) voor doorlopende kosten van prudentieel toezicht over 2012. Brainpoint betwistte de hoogte van de heffing, stellende dat DNB ten onrechte de heffingsmaatstaf niet had beperkt tot omzet uit transactieverwerking, maar ook inkomsten uit verhuur van betaalterminals had betrokken.
De rechtbank overwoog dat Brainpoint een vergunning heeft voor betaaldiensten volgens onderdelen 3 en 5 van de bijlage bij Richtlijn 2007/64/EG, waaronder zowel uitvoering van betalingstransacties als uitgifte en aanvaarding van betaalinstrumenten valt. Hierdoor mag Brainpoint zich ook bezighouden met aanvaarding van betaalinstrumenten, zoals betaalkaarten via verhuurde betaalautomaten.
Verder oordeelde de rechtbank dat onder de heffingsmaatstaf alle opbrengsten moeten worden begrepen die onlosmakelijk of nauw verbonden zijn met vergunningplichtige activiteiten. Een enge uitleg, zoals voorgesteld door Brainpoint, zou leiden tot frustratie van de beoogde kostenomslag. De door Brainpoint overgelegde omzetgegevens boden geen grondslag voor afwijking van de door DNB gehanteerde gegevens.
Het beroep van Brainpoint werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: Het beroep van Brainpoint tegen de door DNB opgelegde heffing wordt ongegrond verklaard.