ECLI:NL:RBROT:2013:8000
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over meerprijs en gedeeltelijke ontbinding bij aanleg onderdoorgang Maassluis
De gemeente Maassluis gaf Prorail opdracht tot het verzorgen van een aanbesteding voor de aanleg van een onderdoorgang met polderconstructie. BAM was de laagste inschrijver met een prijs van €6.094.000 exclusief BTW. BAM stelde een alternatieve, goedkopere werkwijze zonder polderconstructie voor, waarop Prorail opdracht gaf. Maassluis achtte deze alternatieve werkwijze echter onacceptabel en koos alsnog voor de oorspronkelijke uitvoering met polderconstructie, die inmiddels duurder was geworden vanwege meerwerk.
Prorail bracht Maassluis een factuur uit van bijna €8,9 miljoen, waarvan Maassluis een bedrag van bijna €1 miljoen niet betaalde. Prorail vorderde betaling van dit restant, terwijl Maassluis in reconventie gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst, schadevergoeding en terugbetaling van te veel betaalde bedragen vorderde.
De rechtbank oordeelde dat Prorail de bewijslast draagt om aan te tonen dat Maassluis onvoorwaardelijk instemde met de goedkopere variant zonder polderconstructie. Indien Prorail hierin niet slaagt, is sprake van een toerekenbare tekortkoming en rechtvaardigt dit gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst. De rechtbank wees ook op het belang van overleg tussen partijen tijdens de uitvoering en wees het beroep van Prorail op aansprakelijkheidsbeperking niet af voor ontbinding.
Ten aanzien van andere geschilpunten zoals de bouwweg en kabels en leidingen oordeelde de rechtbank dat Maassluis onvoldoende onderbouwing gaf voor wanprestatie van Prorail. De beslissing werd aangehouden om Prorail de gelegenheid te geven bewijs te leveren, waarna nader zal worden beslist.
Uitkomst: Prorail moet bewijzen dat Maassluis onvoorwaardelijk instemde met de alternatieve werkwijze; de zaak wordt aangehouden voor bewijslevering.