In deze civiele procedure staat een bevoegdheidsincident centraal waarin de vraag speelt of de rechtbank bevoegd is om kennis te nemen van het geschil tussen partijen. Eiseres vordert betaling van een openstaand bedrag uit hoofde van een aannemingsovereenkomst, terwijl gedaagde zich op arbitrage beroept op grond van de UAV '89 en COVO 2010 algemene voorwaarden.
Gedaagde stelt dat partijen een overeenkomst tot arbitrage zijn aangegaan, waardoor de gewone rechter onbevoegd zou zijn. De rechtbank onderzoekt of de overeenkomst of de algemene voorwaarden een arbitrageclausule bevatten die door partijen is aanvaard. Uit de stukken blijkt dat zowel de UAV '89 als de COVO 2010 gelijktijdig van toepassing zijn verklaard, waarbij de UAV '89 arbitrage voorschrijft en de COVO 2010 een geschillenregeling via de Geschillencommissie Verbouwingen en de gewone rechter toestaat.
De rechtbank constateert dat uit de contractstukken niet duidelijk is welke geschillenregeling doorslaggevend is en dat gedaagde onvoldoende heeft toegelicht waarom de UAV '89 voorrang zou hebben op de COVO 2010. Ook blijkt uit de COVO 2010 dat de ondernemer vrij is om het geschil aan de gewone rechter voor te leggen. Daarom wijst de rechtbank het beroep op onbevoegdheid af en veroordeelt gedaagde in de kosten van het incident.