Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding d.d. 26 augustus 2013, met producties
- de mondelinge behandeling d.d. 27 augustus 2013
- de pleitnotities van Indumij
- de producties en pleitnotities van [gedaagde].
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Indumij Holding B.V. huurt sinds oktober 2012 een bedrijfsruimte van [gedaagde], die een reclamemast wil bouwen op het gehuurde terrein. De bouwvergunning is verleend voor een mast van circa 15 meter hoog. In de huurovereenkomst is vermeld dat een reclamepaal aan de voorzijde van het gehuurde zal worden geplaatst, maar de exacte locatie was niet duidelijk.
Indumij stelt dat zij alleen akkoord is gegaan met de bouw op locatie II, terwijl [gedaagde] de mast op locatie III wil bouwen. De rechtbank oordeelt dat het niet vaststaat welke locatie is overeengekomen en dat nader feitenonderzoek in een bodemprocedure nodig is. Voorlopig wordt de bouw van de mast op locatie III gestopt.
De voorzieningenrechter weegt het belang van Indumij bij het voorkomen van hinder en negatieve uitstraling zwaarder dan het belang van [gedaagde] bij voortzetting van de bouw. De reeds aangebrachte fundering hoeft niet te worden verwijderd. Indumij moet binnen twee weken een bodemprocedure starten en zekerheid stellen ten gunste van [gedaagde].
Uitkomst: Gedaagde wordt bevolen de bouw van de reclamemast te staken totdat in een bodemprocedure is beslist over de locatie.