Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1],
1.Het verloop van de procedure
2.De vaststaande feiten
3.Stellingen van partijen
4.De beoordeling van de vordering
nietgaat om gebruik dat
naar zijn aardvan korte duur is en op die grond niet binnen het toepassingsbereik van artikel 7:232 lid 2 BW Pro valt.