Partijen, die al meer dan twintig jaar bevriend zijn en een zakelijke relatie onderhouden, sloten op 16 mei 2013 een huurovereenkomst voor een gemeubileerde woning die reeds sinds april 2012 te koop stond. De huurovereenkomst was aangegaan voor de duur van één jaar, met de mogelijkheid tot tussentijdse opzegging. De woning werd op 5 juni 2013 verkocht, met levering gepland op 15 september 2013. Gedaagden verleenden toegang voor bezichtigingen en stemden in met het opnemen van gordijnmaten door kopers.
Eiser vorderde ontruiming van de woning omdat gedaagden ondanks toezeggingen medio september 2013 de woning niet wilden verlaten, waardoor hij niet aan zijn leveringsverplichting kon voldoen en een contractuele boete van € 22.000,- dreigde. De kantonrechter oordeelde dat de huurovereenkomst naar haar aard een tijdelijke verhuur betrof, met het oog op verkoop, en dat het beroep op huurbescherming naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was.
De kantonrechter stelde vast dat gedaagden onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij recht hadden op een huurbescherming van minimaal een jaar en dat de huurovereenkomst door opzegging in juni 2013 was geëindigd. De gevorderde ontruiming werd toegewezen met een termijn van drie dagen na betekening en een gematigde dwangsom. Gedaagden werden veroordeeld in de proceskosten.