De zaak betreft een geschil over de koop van een woning waarbij de koper zich op een financieringsvoorbehoud beroept. De koper had een woning gekocht voor € 2.015.000, maar kon de financiering niet overzetten naar de nieuwe woning. De koper heeft tijdig aan de makelaar gemeld dat de bank de financiering niet wilde overzetten en heeft een brief van de bank overgelegd waarin de financiering werd afgewezen.
De verkoper vordert betaling van een contractuele boete van 10% van de koopsom wegens het niet stellen van een bankgarantie of waarborgsom. De koper stelt dat hij de koopovereenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden op grond van het financieringsvoorbehoud in de koopovereenkomst.
De rechtbank stelt vast dat de koper zich op het financieringsvoorbehoud heeft beroepen binnen de gestelde termijn en dat de bank de financiering niet wilde overzetten. De stelling van de verkoper dat de koper een nieuwe financiering had moeten zoeken en drie afwijzingen had moeten overleggen, wordt verworpen omdat dit niet in de overeenkomst is opgenomen. De rechtbank wijst de vordering van de verkoper af en veroordeelt deze in de proceskosten.