Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 8 april 2013,
- de conclusie van antwoord,
- het tussenvonnis van 19 juni 2013,
- de akte van partijwijziging van de curator,
- het proces-verbaal van comparitie van 8 oktober 2013.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De curator in het faillissement van een rederij vorderde dat Rabobank, als hypotheekhouder en separatist, een bedrag in de boedel stort ter dekking van algemene faillissementskosten, zodat een hoger bevoorrechte schuldeiser, het UWV, volledig kon worden uitbetaald. De curator baseerde zijn vordering op artikel 57 lid 3 en Pro 182 lid 1 Fw en het arrest HR Ontvanger qq/Verdonk, stellende dat Rabobank mede verantwoordelijk is voor de faillissementskosten.
Rabobank voerde verweer dat zij slechts gehouden is tot betaling van haar vordering en niet tot bijdrage in algemene faillissementskosten, aangezien het UWV geen separatist is en deze kosten haar tegen zich moeten laten gelden. De rechtbank oordeelde dat de opbrengst van executie slechts kan worden aangetast tot de hoogte van de vordering van de hoger bevoorrechte schuldeiser en dat uit het arrest Verdonk niet volgt dat Rabobank de algemene faillissementskosten moet betalen.
De rechtbank benadrukte dat de inbreuk op de separatistenpositie van de bank wettelijk is toegestaan, maar dat dit niet betekent dat de bank aansprakelijk is voor de algemene faillissementskosten. De vordering van de curator werd daarom afgewezen en de curator werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de curator tegen Rabobank tot bijdrage in de algemene faillissementskosten wordt afgewezen.