Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het procesverloop
- mr. J.J. Lieftink,
- mr. M.A.C. Prins,
- mr. R.H.I. van Dongen (de officier van justitie).
2.Het verzoek en het verweer daartegen
Tijdens de zitting, alwaar verzoeker niet was verschenen, is de politierechter overgegaan tot het doen van een eigen waarneming op basis van de foto van verzoeker op de ID-staat van de SKDB-uitdraai en de bij het proces-verbaal van de politie gevoegde foto’s van de camerabeelden van het tankstation. Daarbij heeft de politierechter meegedeeld verzoeker voor de volle 100% te herkennen als de persoon op de camerabeelden van het tankstation. In het licht van het feit dat verzoeker geen verklaring heeft willen afleggen, het primaire verzoek van de verdediging tot vrijspraak, omdat de herkenning van verbalisant niet voldeed aan de regelen der wet, alsmede het subsidiaire verzoek tot het inschakelen van een deskundig verantwoord instituut, was de eigen waarneming, inhoudende een volledige herkenning, niet meer betwistbaar voor de verdediging. Hiermee zat de politierechter nog voor de einduitspraak zo dicht tegen een veroordeling aan, dat sprake is van een objectieve schijn van vooringenomenheid.