ECLI:NL:RBROT:2013:9501

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 november 2013
Publicatiedatum
3 december 2013
Zaaknummer
C/10/433432
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:206 lid 6 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming notaris als vereffenaar nalatenschap met internetbekendmaking

Erflater is overleden te Rotterdam en liet een nalatenschap na met een onverdeeld aandeel in een woning. De dochter van erflater, als enig erfgenaam aangewezen in het testament, heeft de nalatenschap namens zichzelf en haar minderjarige zoon verworpen. Het legaat aan de ex-echtgenoot is niet aanvaard. ABN AMRO Bank heeft hypothecaire leningen verstrekt die onderdeel zijn van de nalatenschap.

Verzoekster verzocht de rechtbank om notaris A.C.M. Fokkema-Schute te benoemen als vereffenaar van de nalatenschap, met goedkeuring van het loon en pre-vereffeningskosten. Het voorwaardelijke deel van het verzoek werd ingetrokken. De notaris verklaarde zich bereid de benoeming te aanvaarden.

De rechtbank oordeelt dat het verzoek niet onrechtmatig of ongegrond is en wijst het toe. Tevens wordt het verzoek om ontheffing van de publicatieplicht en vervanging door bekendmaking via internet toegestaan, vanwege kostenbesparing en betere toegankelijkheid voor belanghebbenden. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en zal worden ingeschreven in het boedelregister.

Uitkomst: Notaris A.C.M. Fokkema-Schute wordt benoemd tot vereffenaar en de beschikking wordt via internet bekendgemaakt.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie 1
zaaknummer / rekestnummer: C/10/433432 / FA RK 13-7675
Beschikking van 26 november 2013 in de zaak van:
ABN AMRO Bank N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen verzoekster,
advocaat mr. W.H. Benard te Rotterdam,
inzake
de nalatenschap van
[erflater],
hierna te noemen erflater,
laatst wonende te Rotterdam,
in welke zaak belanghebbende is:
[persoon A],
wonende te [postcode] Zoetermeer, [adres 1] ,
hierna te noemen de dochter van erflater,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 30 augustus 2013.
1.2.
Van de zijde van verzoekster zijn twee brieven met bijlagen ingekomen, gedateerd
6 september 2013 en 18 september 2013.
1.3.
De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden ter zitting van 21 november 2013.
Bij die gelegenheid zijn gehoord:
- mr. W.H. Bernard, en
- mr. M. Nonhebel, kandidaat-notaris.
1.4.
De dochter van erflater is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

2.De vaststaande feiten

2.1.
Erflater is op [overlijdensdatum] te Rotterdam overleden.
2.2.
Erflater heeft op 3 augustus 1989 een testament opgemaakt. Hierin is de dochter van erflater [persoon A] , geboren op [geboortedatum 1] 1969 als enig erfgenaam aangewezen. Het vruchtgebruik van de nalatenschap is gelegateerd aan [persoon B] (hierna: [persoon B] ), met wie erflater tot 26 september 2006 gehuwd was.
2.3.
De dochter van erflater heeft de nalatenschap verworpen.
2.4.
Bij beschikking van 2 september 2013 is de dochter van erflater toestemming verleend om in de hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige zoon de nalatenschap namens hem te verwerpen. De verwerping van de nalatenschap is op
12 september 2013 ingeschreven in het boedelregister.
2.5.
[persoon B] heeft het legaat niet aanvaard.
2.6.
Tot de nalatenschap van erflater behoort een onverdeeld aandeel in de woning, gelegen aan de [adres 2] te Hendrik-Ido-Ambacht (hierna: de woning). De woning behoorde tot de gemeenschap van goederen van erflater en [persoon B] en is onverdeeld gebleven na hun echtscheiding.
2.7.
Verzoekster heeft erflater en [persoon B] achtereenvolgens in 1997 en 1999 twee hypothecaire leningen verstrekt ter grootte van € 226.890,11 (fl. 500.000,=) en € 68.067,03 (fl. 150.000,=).

3.De beoordeling

3.1.
Het verzoek strekt tot de benoeming van notaris mr. A.C.M. Fokkema-Schute als vereffenaar in de nalatenschap van erflater, mits het verzoek tot vaststelling van het loon als vereffenaar en van de pre-vereffeningskosten wordt goedgekeurd door de kantonrechter.
3.2.
De raadsvrouw van verzoekster heeft ter zitting het voorwaardelijke deel van het verzoek ingetrokken.
3.3.
Notaris mr. A.C.M. Fokkema-Schute heeft zich bereid verklaard bedoelde benoeming te aanvaarden.
3.4.
Het verzoek kan als niet onrechtmatig of ongegrond worden toegewezen.
3.5.
Verzoekster heeft uit het oogpunt van kostenbesparing verzocht haar te ontheffen van publicatieplicht en de beschikking bekend te maken op www.rechtspraak.nl. De rechtbank zal dit verzoek toewijzen.
Het saldo van de nalatenschap is negatief. De wettelijk voorgeschreven wijze van bekendmaking (publicatie in de Staatscourant en advertentie in twee nieuwsbladen) is kostbaar, terwijl belanghebbenden via internet kosteloos op een even goede en wellicht zelfs betere wijze kunnen worden geïnformeerd.
De bekendmaking van de beschikking zal plaatsvinden op rechtspraak.nl/uitspraken. Deze wijze van bekendmaking komt in de huidige tijd met internet beter tegemoet aan de bedoeling van de wetgever, dan met de publicatiemiddelen uit de tijd waarin het huidig erfrecht werd ontworpen, toen de toegang tot internet nog niet algemeen was.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
benoemt tot vereffenaar over de nalatenschap van [erflater] , geboren op [geboortedatum 2] 1940 te [geboorteplaats] , laatst gewoond hebbende te Rotterdam en overleden op [overlijdensdatum] te Rotterdam:
Astrid Carla Maria FOKKEMA-SCHUTE, geboren op 20 februari 1962 te Sint-Michielsgestel, notaris te Rotterdam;
4.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.3.
verstaat dat de griffier de benoeming onverwijld doet inschrijven in het boedelregister van de rechtbank op de voet van het bepaalde in artikel 4:206 lid 6 van Pro het Burgerlijk Wetboek;
4.4. verstaat dat deze beschikking bekend gemaakt zal worden door plaatsing op rechtspraak.nl/uitspraken.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C.M. Middendorp, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. Ligthart op 26 november 2013.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.