Eiser heeft verzocht om toezending van foto's van de overtredingen voorafgaand en/of navolgend aan een verkeersovertreding die aan hem wordt toegerekend. Verweerder, de politiechef van de regionale eenheid Rotterdam, heeft dit verzoek geweigerd met het argument dat het hier politiegegevens betreft die niet aan eiser verstrekt mogen worden volgens de Wet politiegegevens (Wpg).
De rechtbank oordeelt dat de kentekens op de geweigerde foto's gegevens betreffen van geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke personen en daarmee politiegegevens zijn in de zin van de Wpg. Verweerder heeft echter niet kunnen aantonen dat identificatie nog mogelijk is nadat de kentekens zijn weggelakt, zoals vereist volgens jurisprudentie.
Daarom is het bestreden besluit in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Tevens bepaalt de rechtbank dat verweerder de foto's na het weglakken van de kentekens aan eiser dient te verstrekken.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.